NL: teleurstellenSynoniemen: desillusioneren, ontgoochelen, beschamen, tegenvallen, frustreren, duperen, benadelen, afvallen
DE: teleurstellen (ontgoochelen): enttäuschen, ernüchtern, frustrieren
EN: teleurstellen (ontgoochelen): disappoint, frustrate, disillusion, let down, counteract, be contrary, belie, cross
ES: teleurstellen (ontgoochelen): decepcionar, desilusionar, frustrar
FR: teleurstellen (ontgoochelen): décevoir, désillusionner, frustrer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teleurgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stel teleur jij stelt teleur hij stelt teleur wij stellen teleur jullie stellen teleur zij stellen teleur
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teleurgesteld jij hebt teleurgesteld hij heeft teleurgesteld wij hebben teleurgesteld jullie hebben teleurgesteld zij hebben teleurgesteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stelde teleur jij stelde teleur hij stelde teleur wij stelden teleur jullie stelden teleur zij stelden teleur
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teleurgesteld jij had teleurgesteld hij had teleurgesteld wij hadden teleurgesteld jullie hadden teleurgesteld zij hadden teleurgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal teleurstellen jij zult teleurstellen hij zal teleurstellen wij zullen teleurstellen jullie zullen teleurstellen zij zullen teleurstellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teleurgesteld hebben jij zult teleurgesteld hebben hij zal teleurgesteld hebben wij zullen teleurgesteld hebben jullie zullen teleurgesteld hebben zij zullen teleurgesteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou teleurstellen jij zou teleurstellen hij zou teleurstellen wij zouden teleurstellen jullie zouden teleurstellen zij zouden teleurstellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teleurgesteld hebben jij zou teleurgesteld hebben hij zou teleurgesteld hebben wij zouden teleurgesteld hebben jullie zouden teleurgesteld hebben zij zouden teleurgesteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stel teleur
|