NL: telemarketen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getelemarket
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik telemarket jij telemarket hij telemarket wij telemarketen jullie telemarketen zij telemarketen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getelemarket jij hebt getelemarket hij heeft getelemarket wij hebben getelemarket jullie hebben getelemarket zij hebben getelemarket
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik telemarkette jij telemarkette hij telemarkette wij telemarketten jullie telemarketten zij telemarketten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getelemarket jij had getelemarket hij had getelemarket wij hadden getelemarket jullie hadden getelemarket zij hadden getelemarket
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal telemarketen jij zult telemarketen hij zal telemarketen wij zullen telemarketen jullie zullen telemarketen zij zullen telemarketen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getelemarket hebben jij zult getelemarket hebben hij zal getelemarket hebben wij zullen getelemarket hebben jullie zullen getelemarket hebben zij zullen getelemarket hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou telemarketen jij zou telemarketen hij zou telemarketen wij zouden telemarketen jullie zouden telemarketen zij zouden telemarketen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getelemarket hebben jij zou getelemarket hebben hij zou getelemarket hebben wij zouden getelemarket hebben jullie zouden getelemarket hebben zij zouden getelemarket hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
telemarket
|