NL: tekeergaanSynoniemen: razen, tieren, geraas, fulmineren, lawaai, kabaal, woeden, uitvaren, donderen
DE: rasen, toben, schallen, brüllen, donnern
EN: rage, rant, scream, yell, bawl, let someone have it, rant & rage
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
tekeergegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga tekeer jij gaat tekeer hij gaat tekeer wij gaan tekeer jullie gaan tekeer zij gaan tekeer
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben tekeergegaan jij bent tekeergegaan hij is tekeergegaan wij zijn tekeergegaan jullie zijn tekeergegaan zij zijn tekeergegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging tekeer jij ging tekeer hij ging tekeer wij gingen tekeer jullie gingen tekeer zij gingen tekeer
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was tekeergegaan jij was tekeergegaan hij was tekeergegaan wij waren tekeergegaan jullie waren tekeergegaan zij waren tekeergegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tekeergaan jij zult tekeergaan hij zal tekeergaan wij zullen tekeergaan jullie zullen tekeergaan zij zullen tekeergaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal tekeergegaan zijn jij zult tekeergegaan zijn hij zal tekeergegaan zijn wij zullen tekeergegaan zijn jullie zullen tekeergegaan zijn zij zullen tekeergegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tekeergaan jij zou tekeergaan hij zou tekeergaan wij zouden tekeergaan jullie zouden tekeergaan zij zouden tekeergaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou tekeergegaan zijn jij zou tekeergegaan zijn hij zou tekeergegaan zijn wij zouden tekeergegaan zijn jullie zouden tekeergegaan zijn zij zouden tekeergegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga tekeer
|