NL: teisterenSynoniemen: folteren, geselen, lastigvallen, pijnigen, plagen
DE: teisteren (lastigvallen): jemandem lästig fallen, schikanieren, plagen, zusetzen
EN: teisteren (lastigvallen): bother, harass, trouble, visit
ES: teisteren (lastigvallen): molestar, atormentar, castigar, fastidiar, afligir, gastar bromas
FR: teisteren (lastigvallen): harceler, déranger, ennuyer, gêner, agacer, importuner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geteisterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik teister jij teistert hij teistert wij teisteren jullie teisteren zij teisteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geteisterd jij hebt geteisterd hij heeft geteisterd wij hebben geteisterd jullie hebben geteisterd zij hebben geteisterd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik teisterde jij teisterde hij teisterde wij teisterden jullie teisterden zij teisterden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geteisterd jij had geteisterd hij had geteisterd wij hadden geteisterd jullie hadden geteisterd zij hadden geteisterd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal teisteren jij zult teisteren hij zal teisteren wij zullen teisteren jullie zullen teisteren zij zullen teisteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geteisterd hebben jij zult geteisterd hebben hij zal geteisterd hebben wij zullen geteisterd hebben jullie zullen geteisterd hebben zij zullen geteisterd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou teisteren jij zou teisteren hij zou teisteren wij zouden teisteren jullie zouden teisteren zij zouden teisteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geteisterd hebben jij zou geteisterd hebben hij zou geteisterd hebben wij zouden geteisterd hebben jullie zouden geteisterd hebben zij zouden geteisterd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
teister
|