NL: tegenstaanSynoniemen: stuiten, , vervelen, vermoeien, ergeren
DE: tegenstaan (tegenzin opwekken): widerstehen, wiederstreben
EN: tegenstaan (tegenzin opwekken): raise an aversion
ES: tegenstaan (tegenzin opwekken): repugnar
FR: tegenstaan (tegenzin opwekken): répugner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
tegengestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta tegen jij staat tegen hij staat tegen wij staan tegen jullie staan tegen zij staan tegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb tegengestaan jij hebt tegengestaan hij heeft tegengestaan wij hebben tegengestaan jullie hebben tegengestaan zij hebben tegengestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond tegen jij stond tegen hij stond tegen wij stonden tegen jullie stonden tegen zij stonden tegen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had tegengestaan jij had tegengestaan hij had tegengestaan wij hadden tegengestaan jullie hadden tegengestaan zij hadden tegengestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tegenstaan jij zult tegenstaan hij zal tegenstaan wij zullen tegenstaan jullie zullen tegenstaan zij zullen tegenstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal tegengestaan hebben jij zult tegengestaan hebben hij zal tegengestaan hebben wij zullen tegengestaan hebben jullie zullen tegengestaan hebben zij zullen tegengestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tegenstaan jij zou tegenstaan hij zou tegenstaan wij zouden tegenstaan jullie zouden tegenstaan zij zouden tegenstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou tegengestaan hebben jij zou tegengestaan hebben hij zou tegengestaan hebben wij zouden tegengestaan hebben jullie zouden tegengestaan hebben zij zouden tegengestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta tegen
|