Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

tegenlopen vervoegen




NL: tegenlopen

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
tegengelopen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik loop tegen
jij loopt tegen
hij loopt tegen
wij lopen tegen
jullie lopen tegen
zij lopen tegen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb tegengelopen
jij hebt tegengelopen
hij heeft tegengelopen
wij hebben tegengelopen
jullie hebben tegengelopen
zij hebben tegengelopen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik liep tegen
jij liep tegen
hij liep tegen
wij liepen tegen
jullie liepen tegen
zij liepen tegen
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had tegengelopen
jij had tegengelopen
hij had tegengelopen
wij hadden tegengelopen
jullie hadden tegengelopen
zij hadden tegengelopen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal tegenlopen
jij zult tegenlopen
hij zal tegenlopen
wij zullen tegenlopen
jullie zullen tegenlopen
zij zullen tegenlopen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal tegengelopen hebben
jij zult tegengelopen hebben
hij zal tegengelopen hebben
wij zullen tegengelopen hebben
jullie zullen tegengelopen hebben
zij zullen tegengelopen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou tegenlopen
jij zou tegenlopen
hij zou tegenlopen
wij zouden tegenlopen
jullie zouden tegenlopen
zij zouden tegenlopen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou tegengelopen hebben
jij zou tegengelopen hebben
hij zou tegengelopen hebben
wij zouden tegengelopen hebben
jullie zouden tegengelopen hebben
zij zouden tegengelopen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
loop tegen

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/tegenlopen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald