NL: tegenkomenSynoniemen: aantreffen, meemaken, ontmoeten, treffen, vinden
DE: tegenkomen (aantreffen): finden, antreffen, begegnen, auffinden, vorfinden
EN: tegenkomen (aantreffen): find, come across, discover, meet, learn
ES: tegenkomen (aantreffen): encontrar, encontrarse, hallar, tropezarse con
FR: tegenkomen (aantreffen): trouver, rencontrer, tomber sur
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
tegengekomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik kom tegen jij komt tegen hij komt tegen wij komen tegen jullie komen tegen zij komen tegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben tegengekomen jij bent tegengekomen hij is tegengekomen wij zijn tegengekomen jullie zijn tegengekomen zij zijn tegengekomen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik kwam tegen jij kwam tegen hij kwam tegen wij kwamen tegen jullie kwamen tegen zij kwamen tegen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was tegengekomen jij was tegengekomen hij was tegengekomen wij waren tegengekomen jullie waren tegengekomen zij waren tegengekomen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tegenkomen jij zult tegenkomen hij zal tegenkomen wij zullen tegenkomen jullie zullen tegenkomen zij zullen tegenkomen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal tegengekomen zijn jij zult tegengekomen zijn hij zal tegengekomen zijn wij zullen tegengekomen zijn jullie zullen tegengekomen zijn zij zullen tegengekomen zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tegenkomen jij zou tegenkomen hij zou tegenkomen wij zouden tegenkomen jullie zouden tegenkomen zij zouden tegenkomen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou tegengekomen zijn jij zou tegengekomen zijn hij zou tegengekomen zijn wij zouden tegengekomen zijn jullie zouden tegengekomen zijn zij zouden tegengekomen zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
kom tegen
|