NL: tegenhoudenSynoniemen: belemmeren, staande houden, stopzetten, remmen, ophouden
DE: tegenhouden (stopzetten): stoppen, bremsen, anhalten, aufhören
EN: tegenhouden (stopzetten): stop, bring to a halt, stem, put to a stop, halt, bring to a standstill
ES: tegenhouden (stopzetten): parar, cesar, detener, pararse, poner freno a
FR: tegenhouden (stopzetten): arrêter, cesser, bloquer, stopper
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
tegengehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik houd tegen; hou tegen jij houdt tegen hij houdt tegen wij houden tegen jullie houden tegen zij houden tegen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb tegengehouden jij hebt tegengehouden hij heeft tegengehouden wij hebben tegengehouden jullie hebben tegengehouden zij hebben tegengehouden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik hield tegen jij hield tegen hij hield tegen wij hielden tegen jullie hielden tegen zij hielden tegen
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had tegengehouden jij had tegengehouden hij had tegengehouden wij hadden tegengehouden jullie hadden tegengehouden zij hadden tegengehouden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tegenhouden jij zult tegenhouden hij zal tegenhouden wij zullen tegenhouden jullie zullen tegenhouden zij zullen tegenhouden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal tegengehouden hebben jij zult tegengehouden hebben hij zal tegengehouden hebben wij zullen tegengehouden hebben jullie zullen tegengehouden hebben zij zullen tegengehouden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tegenhouden jij zou tegenhouden hij zou tegenhouden wij zouden tegenhouden jullie zouden tegenhouden zij zouden tegenhouden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou tegengehouden hebben jij zou tegengehouden hebben hij zou tegengehouden hebben wij zouden tegengehouden hebben jullie zouden tegengehouden hebben zij zouden tegengehouden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
houd tegen; hou tegen
|