NL: teambuilden U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
geteambuild
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik teambuild jij teambuildt hij teambuildt wij teambuilden jullie teambuilden zij teambuilden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb geteambuild jij hebt geteambuild hij heeft geteambuild wij hebben geteambuild jullie hebben geteambuild zij hebben geteambuild
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik teambuildde jij teambuildde hij teambuildde wij teambuildden jullie teambuildden zij teambuildden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had geteambuild jij had geteambuild hij had geteambuild wij hadden geteambuild jullie hadden geteambuild zij hadden geteambuild
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal teambuilden jij zult teambuilden hij zal teambuilden wij zullen teambuilden jullie zullen teambuilden zij zullen teambuilden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal geteambuild hebben jij zult geteambuild hebben hij zal geteambuild hebben wij zullen geteambuild hebben jullie zullen geteambuild hebben zij zullen geteambuild hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou teambuilden jij zou teambuilden hij zou teambuilden wij zouden teambuilden jullie zouden teambuilden zij zouden teambuilden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou geteambuild hebben jij zou geteambuild hebben hij zou geteambuild hebben wij zouden geteambuild hebben jullie zouden geteambuild hebben zij zouden geteambuild hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
teambuild
|