NL: tappenSynoniemen: op de tast lopen
EN: grope the way
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tap jij tapt hij tapt wij tappen jullie tappen zij tappen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getapt jij hebt getapt hij heeft getapt wij hebben getapt jullie hebben getapt zij hebben getapt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tapte jij tapte hij tapte wij tapten jullie tapten zij tapten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getapt jij had getapt hij had getapt wij hadden getapt jullie hadden getapt zij hadden getapt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tappen jij zult tappen hij zal tappen wij zullen tappen jullie zullen tappen zij zullen tappen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getapt hebben jij zult getapt hebben hij zal getapt hebben wij zullen getapt hebben jullie zullen getapt hebben zij zullen getapt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tappen jij zou tappen hij zou tappen wij zouden tappen jullie zouden tappen zij zouden tappen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getapt hebben jij zou getapt hebben hij zou getapt hebben wij zouden getapt hebben jullie zouden getapt hebben zij zouden getapt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tap
|
DE: tappenNL: op de tast lopen
EN: grope the way
| Partizip Perfekt & Präsens |
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II) `komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I) |
getappt tappend
|
| Indikativ Präsens |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich tappe du tappst er tappt wir tappen ihr tappt sie; Sie tappen
|
| Indikativ Perfekt |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich habe getappt du hast getappt er hat getappt wir haben getappt ihr habt getappt sie; Sie haben getappt
|
| Indikativ Präteritum |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich tappte du tapptest er tappte wir tappten ihr tapptet sie; Sie tappten
|
| Indikativ Plusquamperfekt |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich war getappt du hattest getappt er hatte getappt wir hatten getappt ihr hattet getappt sie; Sie hatten getappt
|
| Indikativ Futur I |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich werde tappen du wirst tappen er wird tappen wir werden tappen ihr werdet tappen sie; Sie werden tappen
|
| Indikativ Futur II |
| der Indikativ = aantonende wijs |
ich werde getappt sein du wirst getappt haben er wird getappt haben wir werden getappt haben ihr werdet getappt haben sie; Sie werden getappt haben
|
| Konjunktiv I Präsens |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich tappe du tappest er tappe wir tappen ihr tappet sie; Sie tappen
|
| Konjunktiv I Perfekt |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich sei getappt du habest getappt er habe getappt wir haben getappt ihr habet getappt sie; Sie haben getappt
|
| Konjunktiv II Präsens |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich tappte du tapptest er tappte wir tappten ihr tapptet sie; Sie tappten
|
| Konjunktiv II Perfekt |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich hätte getappt du hättest getappt er hätte getappt wir hätten getappt ihr hättet getappt sie; Sie hätten getappt
|
| Konjunktiv II Futur I |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich würde tappen du würdest tappen er würde tappen wir würden tappen ihr würdet tappen sie; Sie würden tappen
|
| Konjunktiv II Futur II |
| der Konjunktiv = aanvoegende wijs |
ich würde getappt sein du würdest getappt haben er würde getappt haben wir würden getappt haben ihr würdet getappt haben sie; Sie würden getappt haben
|
| der Imperativ |
| der Imperativ = gebiedende wijs |
du tappe
|