EN: to taperSynoniemen: hammer, thump, bang
NL: slaan, bonken, rammen, hameren
FR: avaler, boire, bouffer, dactylographier, enfiler, envoyer, faire, frapper, manger, offrir, écrire
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
tapering
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I taper you taper he tapers we taper you taper they taper
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have tapered you have tapered he has tapered we have tapered you have tapered they have tapered
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I tapered you tapered he tapered we tapered you tapered they tapered
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had tapered you had tapered he had tapered we had tapered you had tapered they had tapered
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will taper you will taper he will taper we will taper you will taper they will taper
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have tapered you will have tapered he will have tapered we will have tapered you will have tapered they will have tapered
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would taper you would taper he would taper we would taper you would taper they would taper
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have tapered you would have tapered he would have tapered we would have tapered you would have tapered they would have tapered
|
FR: taperSynoniemen: avaler, boire, bouffer, dactylographier, enfiler, envoyer, faire, frapper, manger, offrir, écrire
NL: slaan, bonken, rammen, hameren
EN: hammer, thump, bang
| Participe Passé |
|
tapé
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je tape tu tapes il; elle tape nous tapons vous tapez ils; elles tapent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai tapé tu as tapé il; elle a tapé nous avons tapé vous avez tapé ils; elles ont tapé
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je tapais tu tapais il; elle tapait nous tapions vous tapiez ils; elles tapaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais tapé tu avais tapé il; elle avait tapé nous avions tapé vous aviez tapé ils; elles avaient tapé
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je tapai tu tapas il; elle tapa nous tapâmes vous tapâtes ils; elles tapèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus tapé tu eus tapé il; elle eut tapé nous eûmes tapé vous eûtes tapé ils; elles eurent tapé
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je taperai tu taperas il; elle tapera nous taperons vous taperez ils; elles taperont
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai tapé tu auras tapé il; elle aura tapé nous aurons tapé vous aurez tapé ils; elles auront tapé
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je tape tu tapes il; elle tape nous tapions vous tapiez ils; elles tapent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie tapé tu aies tapé il; elle ait tapé nous ayons tapé vous ayez tapé ils; elles aient tapé
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je tapasse tu tapasses il; elle tapât nous tapassions vous tapassiez ils; elles tapassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse tapé tu eusses tapé il; elle eût tapé nous eussions tapé vous eussiez tapé ils; elles eussent tapé
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je taperais tu taperais il; elle taperait nous taperions vous taperiez ils; elles taperaient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais tapé tu aurais tapé il; elle aurait tapé nous aurions tapé vous auriez tapé ils; elles auraient tapé
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) tape, (nous) tapons (vous) tapez
|