Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

tanken vervoegen




DE: tanken

NL: tanken

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
getankt
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik tank
jij tankt
hij tankt
wij tanken
jullie tanken
zij tanken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb getankt
jij hebt getankt
hij heeft getankt
wij hebben getankt
jullie hebben getankt
zij hebben getankt
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik tankte
jij tankte
hij tankte
wij tankten
jullie tankten
zij tankten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had getankt
jij had getankt
hij had getankt
wij hadden getankt
jullie hadden getankt
zij hadden getankt
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal tanken
jij zult tanken
hij zal tanken
wij zullen tanken
jullie zullen tanken
zij zullen tanken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal getankt hebben
jij zult getankt hebben
hij zal getankt hebben
wij zullen getankt hebben
jullie zullen getankt hebben
zij zullen getankt hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou tanken
jij zou tanken
hij zou tanken
wij zouden tanken
jullie zouden tanken
zij zouden tanken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou getankt hebben
jij zou getankt hebben
hij zou getankt hebben
wij zouden getankt hebben
jullie zouden getankt hebben
zij zouden getankt hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
tank


DE: tanken
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
getankt
tankend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich tanke
du tankst
er tankt
wir tanken
ihr tankt
sie; Sie tanken
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe getankt
du hast getankt
er hat getankt
wir haben getankt
ihr habt getankt
sie; Sie haben getankt
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich tankte
du tanktest
er tankte
wir tankten
ihr tanktet
sie; Sie tankten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte getankt
du hattest getankt
er hatte getankt
wir hatten getankt
ihr hattet getankt
sie; Sie hatten getankt
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde tanken
du wirst tanken
er wird tanken
wir werden tanken
ihr werdet tanken
sie; Sie werden tanken
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde getankt haben
du wirst getankt haben
er wird getankt haben
wir werden getankt haben
ihr werdet getankt haben
sie; Sie werden getankt haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich tanke
du tankest
er tanke
wir tanken
ihr tanket
sie; Sie tanken
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe getankt
du habest getankt
er habe getankt
wir haben getankt
ihr habet getankt
sie; Sie haben getankt
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich tankte
du tanktest
er tankte
wir tankten
ihr tanktet
sie; Sie tankten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte getankt
du hättest getankt
er hätte getankt
wir hätten getankt
ihr hättet getankt
sie; Sie hätten getankt
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde tanken
du würdest tanken
er würde tanken
wir würden tanken
ihr würdet tanken
sie; Sie würden tanken
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde getankt haben
du würdest getankt haben
er würde getankt haben
wir würden getankt haben
ihr würdet getankt haben
sie; Sie würden getankt haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du tanke

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/tanken

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald