NL: tackelenSynoniemen: beentje lichten, attaqueren, aanvallen, aantasten, aangrijpen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getackeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tackel jij tackelt hij tackelt wij tackelen jullie tackelen zij tackelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getackeld jij hebt getackeld hij heeft getackeld wij hebben getackeld jullie hebben getackeld zij hebben getackeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tackelde jij tackelde hij tackelde wij tackelden jullie tackelden zij tackelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getackeld jij had getackeld hij had getackeld wij hadden getackeld jullie hadden getackeld zij hadden getackeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tackelen jij zult tackelen hij zal tackelen wij zullen tackelen jullie zullen tackelen zij zullen tackelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getackeld hebben jij zult getackeld hebben hij zal getackeld hebben wij zullen getackeld hebben jullie zullen getackeld hebben zij zullen getackeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tackelen jij zou tackelen hij zou tackelen wij zouden tackelen jullie zouden tackelen zij zouden tackelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getackeld hebben jij zou getackeld hebben hij zou getackeld hebben wij zouden getackeld hebben jullie zouden getackeld hebben zij zouden getackeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tackel
|