NL: stuivenSynoniemen: schieten, waaien, verspuiten, opspatten
DE: stäuben
EN: blow, fly about
ES: dispersarse, levantar polvo
FR: voler, poudroyer, soulever la poussière, s'envoler en poussière
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestoven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stuif jij stuift hij stuift wij stuiven jullie stuiven zij stuiven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestoven jij hebt gestoven hij heeft gestoven wij hebben gestoven jullie hebben gestoven zij hebben gestoven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stoof jij stoof hij stoof wij stoven jullie stoven zij stoven
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestoven jij had gestoven hij had gestoven wij hadden gestoven jullie hadden gestoven zij hadden gestoven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stuiven jij zult stuiven hij zal stuiven wij zullen stuiven jullie zullen stuiven zij zullen stuiven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestoven hebben jij zult gestoven hebben hij zal gestoven hebben wij zullen gestoven hebben jullie zullen gestoven hebben zij zullen gestoven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stuiven jij zou stuiven hij zou stuiven wij zouden stuiven jullie zouden stuiven zij zouden stuiven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestoven hebben jij zou gestoven hebben hij zou gestoven hebben wij zouden gestoven hebben jullie zouden gestoven hebben zij zouden gestoven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stuif
|