NL: strelenSynoniemen: aaien, aanraken, liefkozen
DE: streicheln, knutschen, kitzeln
EN: caress
ES: acariciar
FR: faire des caresses, caresser, enlacer, câliner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestreeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik streel jij streelt hij streelt wij strelen jullie strelen zij strelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestreeld jij hebt gestreeld hij heeft gestreeld wij hebben gestreeld jullie hebben gestreeld zij hebben gestreeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik streelde jij streelde hij streelde wij streelden jullie streelden zij streelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestreeld jij had gestreeld hij had gestreeld wij hadden gestreeld jullie hadden gestreeld zij hadden gestreeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal strelen jij zult strelen hij zal strelen wij zullen strelen jullie zullen strelen zij zullen strelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestreeld hebben jij zult gestreeld hebben hij zal gestreeld hebben wij zullen gestreeld hebben jullie zullen gestreeld hebben zij zullen gestreeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou strelen jij zou strelen hij zou strelen wij zouden strelen jullie zouden strelen zij zouden strelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestreeld hebben jij zou gestreeld hebben hij zou gestreeld hebben wij zouden gestreeld hebben jullie zouden gestreeld hebben zij zouden gestreeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
streel
|