NL: stovenSynoniemen: koken
DE: schmoren, dünsten, dämpfen
EN: stew
ES: estofar, cocerse
FR: cuire, mijoter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestoofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stoof jij stooft hij stooft wij stoven jullie stoven zij stoven
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestoofd jij hebt gestoofd hij heeft gestoofd wij hebben gestoofd jullie hebben gestoofd zij hebben gestoofd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stoofde jij stoofde hij stoofde wij stoofden jullie stoofden zij stoofden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestoofd jij had gestoofd hij had gestoofd wij hadden gestoofd jullie hadden gestoofd zij hadden gestoofd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stoven jij zult stoven hij zal stoven wij zullen stoven jullie zullen stoven zij zullen stoven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestoofd hebben jij zult gestoofd hebben hij zal gestoofd hebben wij zullen gestoofd hebben jullie zullen gestoofd hebben zij zullen gestoofd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stoven jij zou stoven hij zou stoven wij zouden stoven jullie zouden stoven zij zouden stoven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestoofd hebben jij zou gestoofd hebben hij zou gestoofd hebben wij zouden gestoofd hebben jullie zouden gestoofd hebben zij zouden gestoofd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stoof
|