NL: stortenSynoniemen: betalen, deponeren, gieten, plenzen, stortregenen, voldoen, uitkeren, uitbetalen, dokken, strooien
DE: stürzen, deponieren
EN: deposit, remit
ES: depositar, transcribir, ingresar, pagar
FR: virer, transcrire, verser, déposer, transférer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestort
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stort jij stort hij stort wij storten jullie storten zij storten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestort jij hebt gestort hij heeft gestort wij hebben gestort jullie hebben gestort zij hebben gestort
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stortte jij stortte hij stortte wij stortten jullie stortten zij stortten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestort jij had gestort hij had gestort wij hadden gestort jullie hadden gestort zij hadden gestort
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal storten jij zult storten hij zal storten wij zullen storten jullie zullen storten zij zullen storten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestort hebben jij zult gestort hebben hij zal gestort hebben wij zullen gestort hebben jullie zullen gestort hebben zij zullen gestort hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou storten jij zou storten hij zou storten wij zouden storten jullie zouden storten zij zouden storten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestort hebben jij zou gestort hebben hij zou gestort hebben wij zouden gestort hebben jullie zouden gestort hebben zij zouden gestort hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stort
|