NL: stormlopenSynoniemen: runs
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
stormgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik loop storm jij loopt storm hij loopt storm wij lopen storm jullie lopen storm zij lopen storm
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb stormgelopen jij hebt stormgelopen hij heeft stormgelopen wij hebben stormgelopen jullie hebben stormgelopen zij hebben stormgelopen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik liep storm jij liep storm hij liep storm wij liepen storm jullie liepen storm zij liepen storm
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had stormgelopen jij had stormgelopen hij had stormgelopen wij hadden stormgelopen jullie hadden stormgelopen zij hadden stormgelopen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stormlopen jij zult stormlopen hij zal stormlopen wij zullen stormlopen jullie zullen stormlopen zij zullen stormlopen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal stormgelopen hebben jij zult stormgelopen hebben hij zal stormgelopen hebben wij zullen stormgelopen hebben jullie zullen stormgelopen hebben zij zullen stormgelopen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stormlopen jij zou stormlopen hij zou stormlopen wij zouden stormlopen jullie zouden stormlopen zij zouden stormlopen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou stormgelopen hebben jij zou stormgelopen hebben hij zou stormgelopen hebben wij zouden stormgelopen hebben jullie zouden stormgelopen hebben zij zouden stormgelopen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
loop storm
|