Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

stormlopen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: stormlopen
Synoniemen: runs

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
stormgelopen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik loop storm
jij loopt storm
hij loopt storm
wij lopen storm
jullie lopen storm
zij lopen storm
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb stormgelopen
jij hebt stormgelopen
hij heeft stormgelopen
wij hebben stormgelopen
jullie hebben stormgelopen
zij hebben stormgelopen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik liep storm
jij liep storm
hij liep storm
wij liepen storm
jullie liepen storm
zij liepen storm
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had stormgelopen
jij had stormgelopen
hij had stormgelopen
wij hadden stormgelopen
jullie hadden stormgelopen
zij hadden stormgelopen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal stormlopen
jij zult stormlopen
hij zal stormlopen
wij zullen stormlopen
jullie zullen stormlopen
zij zullen stormlopen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal stormgelopen hebben
jij zult stormgelopen hebben
hij zal stormgelopen hebben
wij zullen stormgelopen hebben
jullie zullen stormgelopen hebben
zij zullen stormgelopen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou stormlopen
jij zou stormlopen
hij zou stormlopen
wij zouden stormlopen
jullie zouden stormlopen
zij zouden stormlopen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou stormgelopen hebben
jij zou stormgelopen hebben
hij zou stormgelopen hebben
wij zouden stormgelopen hebben
jullie zouden stormgelopen hebben
zij zouden stormgelopen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
loop storm

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/stormlopen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English