Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

stomen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: stomen
Synoniemen: koken, reinigen, uitwasemen, wasemen, dampen

DE: stomen (uitwasemen): dampfen, rauchen, qualmen
EN: stomen (uitwasemen): evaporate, steam, smoke
ES: stomen (uitwasemen): exhalar
FR: stomen (uitwasemen): dégager de la buée, fumer, exhaler, dégager des vapeurs, transpirer, dégager de la vapeur d'eau

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gestoomd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik stoom
jij stoomt
hij stoomt
wij stomen
jullie stomen
zij stomen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gestoomd
jij hebt gestoomd
hij heeft gestoomd
wij hebben gestoomd
jullie hebben gestoomd
zij hebben gestoomd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stoomde
jij stoomde
hij stoomde
wij stoomden
jullie stoomden
zij stoomden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gestoomd
jij had gestoomd
hij had gestoomd
wij hadden gestoomd
jullie hadden gestoomd
zij hadden gestoomd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal stomen
jij zult stomen
hij zal stomen
wij zullen stomen
jullie zullen stomen
zij zullen stomen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gestoomd hebben
jij zult gestoomd hebben
hij zal gestoomd hebben
wij zullen gestoomd hebben
jullie zullen gestoomd hebben
zij zullen gestoomd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou stomen
jij zou stomen
hij zou stomen
wij zouden stomen
jullie zouden stomen
zij zouden stomen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gestoomd hebben
jij zou gestoomd hebben
hij zou gestoomd hebben
wij zouden gestoomd hebben
jullie zouden gestoomd hebben
zij zouden gestoomd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
stoom

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/stomen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English