NL: stomenSynoniemen: koken, reinigen, uitwasemen, wasemen, dampen
DE: stomen (uitwasemen): dampfen, rauchen, qualmen
EN: stomen (uitwasemen): evaporate, steam, smoke
ES: stomen (uitwasemen): exhalar
FR: stomen (uitwasemen): dégager de la buée, fumer, exhaler, dégager des vapeurs, transpirer, dégager de la vapeur d'eau
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestoomd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stoom jij stoomt hij stoomt wij stomen jullie stomen zij stomen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestoomd jij hebt gestoomd hij heeft gestoomd wij hebben gestoomd jullie hebben gestoomd zij hebben gestoomd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stoomde jij stoomde hij stoomde wij stoomden jullie stoomden zij stoomden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestoomd jij had gestoomd hij had gestoomd wij hadden gestoomd jullie hadden gestoomd zij hadden gestoomd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stomen jij zult stomen hij zal stomen wij zullen stomen jullie zullen stomen zij zullen stomen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestoomd hebben jij zult gestoomd hebben hij zal gestoomd hebben wij zullen gestoomd hebben jullie zullen gestoomd hebben zij zullen gestoomd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stomen jij zou stomen hij zou stomen wij zouden stomen jullie zouden stomen zij zouden stomen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestoomd hebben jij zou gestoomd hebben hij zou gestoomd hebben wij zouden gestoomd hebben jullie zouden gestoomd hebben zij zouden gestoomd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stoom
|