NL: stofferenSynoniemen: aankleden, bekleden, meubileren, overtrekken
DE: stofferen (van bekleding voorzien): polstern, bekleiden, beziehen, ausstatten, ankleiden
EN: stofferen (van bekleding voorzien): upholster, furnish, cover, clothe
ES: stofferen (van bekleding voorzien): cubrir, decorar, revestir
FR: stofferen (van bekleding voorzien): tapisser, recouvrir, revêtir, couvrir, garnir, décorer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestoffeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stoffeer jij stoffeert hij stoffeert wij stofferen jullie stofferen zij stofferen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestoffeerd jij hebt gestoffeerd hij heeft gestoffeerd wij hebben gestoffeerd jullie hebben gestoffeerd zij hebben gestoffeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stoffeerde jij stoffeerde hij stoffeerde wij stoffeerden jullie stoffeerden zij stoffeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestoffeerd jij had gestoffeerd hij had gestoffeerd wij hadden gestoffeerd jullie hadden gestoffeerd zij hadden gestoffeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stofferen jij zult stofferen hij zal stofferen wij zullen stofferen jullie zullen stofferen zij zullen stofferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestoffeerd hebben jij zult gestoffeerd hebben hij zal gestoffeerd hebben wij zullen gestoffeerd hebben jullie zullen gestoffeerd hebben zij zullen gestoffeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stofferen jij zou stofferen hij zou stofferen wij zouden stofferen jullie zouden stofferen zij zouden stofferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestoffeerd hebben jij zou gestoffeerd hebben hij zou gestoffeerd hebben wij zouden gestoffeerd hebben jullie zouden gestoffeerd hebben zij zouden gestoffeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stoffeer
|