Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

stinken vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: stinken

NL: stinken
DE: riechen, duften, nicht ausstehen können, anwidern, abgeneigt sein, anekeln, die Nase voll haben von, die Schnauze voll haben, eine Abneigung haben gegen, genug haben von, hassen, leid sein, satt haben, sich ekeln vor, verabscheuen, überdrüssig sein, Ha

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gestonken
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik stink
jij stinkt
hij stinkt
wij stinken
jullie stinken
zij stinken
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gestonken
jij hebt gestonken
hij heeft gestonken
wij hebben gestonken
jullie hebben gestonken
zij hebben gestonken
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik stonk
jij stonk
hij stonk
wij stonken
jullie stonken
zij stonken
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gestonken
jij had gestonken
hij had gestonken
wij hadden gestonken
jullie hadden gestonken
zij hadden gestonken
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal stinken
jij zult stinken
hij zal stinken
wij zullen stinken
jullie zullen stinken
zij zullen stinken
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gestonken hebben
jij zult gestonken hebben
hij zal gestonken hebben
wij zullen gestonken hebben
jullie zullen gestonken hebben
zij zullen gestonken hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou stinken
jij zou stinken
hij zou stinken
wij zouden stinken
jullie zouden stinken
zij zouden stinken
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gestonken hebben
jij zou gestonken hebben
hij zou gestonken hebben
wij zouden gestonken hebben
jullie zouden gestonken hebben
zij zouden gestonken hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
stink


DE: stinken
Synoniemen: riechen, duften, nicht ausstehen können, anwidern, abgeneigt sein, anekeln, die Nase voll haben von, die Schnauze voll haben, eine Abneigung haben gegen, genug haben von, hassen, leid sein, satt haben, sich ekeln vor, verabscheuen, überdrüssig sein, Ha
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gestunken
stinkend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich stinke
du stinkst
er stinkt
wir stinken
ihr stinkt
sie; Sie stinken
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gestunken
du hast gestunken
er hat gestunken
wir haben gestunken
ihr habt gestunken
sie; Sie haben gestunken
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich stank
du stankst
er stank
wir stanken
ihr stankt
sie; Sie stanken
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gestunken
du hattest gestunken
er hatte gestunken
wir hatten gestunken
ihr hattet gestunken
sie; Sie hatten gestunken
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde stinken
du wirst stinken
er wird stinken
wir werden stinken
ihr werdet stinken
sie; Sie werden stinken
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gestunken haben
du wirst gestunken haben
er wird gestunken haben
wir werden gestunken haben
ihr werdet gestunken haben
sie; Sie werden gestunken haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich stinke
du stinkest
er stinke
wir stinken
ihr stinket
sie; Sie stinken
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gestunken
du habest gestunken
er habe gestunken
wir haben gestunken
ihr habet gestunken
sie; Sie haben gestunken
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich stänke
du stänkest
er stänke
wir stänken
ihr stänket
sie; Sie stänken
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gestunken
du hättest gestunken
er hätte gestunken
wir hätten gestunken
ihr hättet gestunken
sie; Sie hätten gestunken
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde stinken
du würdest stinken
er würde stinken
wir würden stinken
ihr würdet stinken
sie; Sie würden stinken
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gestunken haben
du würdest gestunken haben
er würde gestunken haben
wir würden gestunken haben
ihr würdet gestunken haben
sie; Sie würden gestunken haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du stinke; stink

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/stinken

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English