NL: stilstaanSynoniemen: halt houden, stagneren, , stoppen, stilhouden, afslaan, inhouden
DE: stilstaan (blijven staan): stehenbleiben
EN: stilstaan (blijven staan): stand still, remain standing, stay put, stop
ES: stilstaan (blijven staan): pararse, quedarse quieto, detenerse, no seguir, quedarse en su lugar, estar inmóvil
FR: stilstaan (blijven staan): se taire, retenir, se retenir, rester à sa place, faire halte, ne plus bouger, se contenir, se tenir tranquille, s'arrêter, rester immobile
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
stilgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta stil jij staat stil hij staat stil wij staan stil jullie staan stil zij staan stil
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb stilgestaan jij hebt stilgestaan hij heeft stilgestaan wij hebben stilgestaan jullie hebben stilgestaan zij hebben stilgestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond stil jij stond stil hij stond stil wij stonden stil jullie stonden stil zij stonden stil
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had stilgestaan jij had stilgestaan hij had stilgestaan wij hadden stilgestaan jullie hadden stilgestaan zij hadden stilgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stilstaan jij zult stilstaan hij zal stilstaan wij zullen stilstaan jullie zullen stilstaan zij zullen stilstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal stilgestaan hebben jij zult stilgestaan hebben hij zal stilgestaan hebben wij zullen stilgestaan hebben jullie zullen stilgestaan hebben zij zullen stilgestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stilstaan jij zou stilstaan hij zou stilstaan wij zouden stilstaan jullie zouden stilstaan zij zouden stilstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou stilgestaan hebben jij zou stilgestaan hebben hij zou stilgestaan hebben wij zouden stilgestaan hebben jullie zouden stilgestaan hebben zij zouden stilgestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta stil
|