NL: stenigenEN: stone
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestenigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stenig jij stenigt hij stenigt wij stenigen jullie stenigen zij stenigen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestenigd jij hebt gestenigd hij heeft gestenigd wij hebben gestenigd jullie hebben gestenigd zij hebben gestenigd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stenigde jij stenigde hij stenigde wij stenigden jullie stenigden zij stenigden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestenigd jij had gestenigd hij had gestenigd wij hadden gestenigd jullie hadden gestenigd zij hadden gestenigd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stenigen jij zult stenigen hij zal stenigen wij zullen stenigen jullie zullen stenigen zij zullen stenigen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestenigd hebben jij zult gestenigd hebben hij zal gestenigd hebben wij zullen gestenigd hebben jullie zullen gestenigd hebben zij zullen gestenigd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stenigen jij zou stenigen hij zou stenigen wij zouden stenigen jullie zouden stenigen zij zouden stenigen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestenigd hebben jij zou gestenigd hebben hij zou gestenigd hebben wij zouden gestenigd hebben jullie zouden gestenigd hebben zij zouden gestenigd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stenig
|