NL: stekkenSynoniemen: scheuten, spruiten, schoten
DE: Stecklinge abschnieden
EN: slip plants
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stek jij stekt hij stekt wij stekken jullie stekken zij stekken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestekt jij hebt gestekt hij heeft gestekt wij hebben gestekt jullie hebben gestekt zij hebben gestekt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stekte jij stekte hij stekte wij stekten jullie stekten zij stekten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestekt jij had gestekt hij had gestekt wij hadden gestekt jullie hadden gestekt zij hadden gestekt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stekken jij zult stekken hij zal stekken wij zullen stekken jullie zullen stekken zij zullen stekken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestekt hebben jij zult gestekt hebben hij zal gestekt hebben wij zullen gestekt hebben jullie zullen gestekt hebben zij zullen gestekt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stekken jij zou stekken hij zou stekken wij zouden stekken jullie zouden stekken zij zouden stekken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestekt hebben jij zou gestekt hebben hij zou gestekt hebben wij zouden gestekt hebben jullie zouden gestekt hebben zij zouden gestekt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stek
|