NL: steigerenSynoniemen: protesteren, bokken
EN: steigeren (bokkig zijn): be surly
FR: steigeren (bokkig zijn): bouder, faire la tête, se révolter, se cabrer, être buté, s'indigner, être revêche
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesteigerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik steiger jij steigert hij steigert wij steigeren jullie steigeren zij steigeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesteigerd jij hebt gesteigerd hij heeft gesteigerd wij hebben gesteigerd jullie hebben gesteigerd zij hebben gesteigerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik steigerde jij steigerde hij steigerde wij steigerden jullie steigerden zij steigerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesteigerd jij had gesteigerd hij had gesteigerd wij hadden gesteigerd jullie hadden gesteigerd zij hadden gesteigerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal steigeren jij zult steigeren hij zal steigeren wij zullen steigeren jullie zullen steigeren zij zullen steigeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesteigerd hebben jij zult gesteigerd hebben hij zal gesteigerd hebben wij zullen gesteigerd hebben jullie zullen gesteigerd hebben zij zullen gesteigerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou steigeren jij zou steigeren hij zou steigeren wij zouden steigeren jullie zouden steigeren zij zouden steigeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesteigerd hebben jij zou gesteigerd hebben hij zou gesteigerd hebben wij zouden gesteigerd hebben jullie zouden gesteigerd hebben zij zouden gesteigerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
steiger
|