NL: starenSynoniemen: aanschouwen, aanstaren, gapen, kijken, slapen, turen, zien, opmerken, ontwaren, onderscheiden, bekijken
DE: starren, anglotzen, stieren
EN: stare
ES: mirar, escrutar, fijar la mirada, mirar fijamente, mirar bizco, mirar entornando los ojos
FR: regarder fixement
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik staar jij staart hij staart wij staren jullie staren zij staren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestaard jij hebt gestaard hij heeft gestaard wij hebben gestaard jullie hebben gestaard zij hebben gestaard
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik staarde jij staarde hij staarde wij staarden jullie staarden zij staarden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestaard jij had gestaard hij had gestaard wij hadden gestaard jullie hadden gestaard zij hadden gestaard
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal staren jij zult staren hij zal staren wij zullen staren jullie zullen staren zij zullen staren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestaard hebben jij zult gestaard hebben hij zal gestaard hebben wij zullen gestaard hebben jullie zullen gestaard hebben zij zullen gestaard hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou staren jij zou staren hij zou staren wij zouden staren jullie zouden staren zij zouden staren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestaard hebben jij zou gestaard hebben hij zou gestaard hebben wij zouden gestaard hebben jullie zouden gestaard hebben zij zouden gestaard hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
staar
|