NL: stansenSynoniemen: ponsen, doorponsen
EN: stansen (ponsen): die-cut, punch
ES: stansen (ponsen): perforar, taladrar, remachar
FR: stansen (ponsen): perforer, poinçonner, étamper
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestanst
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stans jij stanst hij stanst wij stansen jullie stansen zij stansen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestanst jij hebt gestanst hij heeft gestanst wij hebben gestanst jullie hebben gestanst zij hebben gestanst
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stanste jij stanste hij stanste wij stansten jullie stansten zij stansten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestanst jij had gestanst hij had gestanst wij hadden gestanst jullie hadden gestanst zij hadden gestanst
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stansen jij zult stansen hij zal stansen wij zullen stansen jullie zullen stansen zij zullen stansen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestanst hebben jij zult gestanst hebben hij zal gestanst hebben wij zullen gestanst hebben jullie zullen gestanst hebben zij zullen gestanst hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stansen jij zou stansen hij zou stansen wij zouden stansen jullie zouden stansen zij zouden stansen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestanst hebben jij zou gestanst hebben hij zou gestanst hebben wij zouden gestanst hebben jullie zouden gestanst hebben zij zouden gestanst hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stans
|