NL: stampvoetenSynoniemen: stampen, trappelen
EN: dance, stamp one's foot
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestampvoet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stampvoet jij stampvoet hij stampvoet wij stampvoeten jullie stampvoeten zij stampvoeten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestampvoet jij hebt gestampvoet hij heeft gestampvoet wij hebben gestampvoet jullie hebben gestampvoet zij hebben gestampvoet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stampvoette jij stampvoette hij stampvoette wij stampvoetten jullie stampvoetten zij stampvoetten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestampvoet jij had gestampvoet hij had gestampvoet wij hadden gestampvoet jullie hadden gestampvoet zij hadden gestampvoet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stampvoeten jij zult stampvoeten hij zal stampvoeten wij zullen stampvoeten jullie zullen stampvoeten zij zullen stampvoeten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestampvoet hebben jij zult gestampvoet hebben hij zal gestampvoet hebben wij zullen gestampvoet hebben jullie zullen gestampvoet hebben zij zullen gestampvoet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stampvoeten jij zou stampvoeten hij zou stampvoeten wij zouden stampvoeten jullie zouden stampvoeten zij zouden stampvoeten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestampvoet hebben jij zou gestampvoet hebben hij zou gestampvoet hebben wij zouden gestampvoet hebben jullie zouden gestampvoet hebben zij zouden gestampvoet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stampvoet
|