NL: stallenDE: abstellen, unterstellen, in den Stall bringen
EN: store, put away
FR: mettre en dépôt, ranger, garer, remiser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stal jij stalt hij stalt wij stallen jullie stallen zij stallen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestald jij hebt gestald hij heeft gestald wij hebben gestald jullie hebben gestald zij hebben gestald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stalde jij stalde hij stalde wij stalden jullie stalden zij stalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestald jij had gestald hij had gestald wij hadden gestald jullie hadden gestald zij hadden gestald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stallen jij zult stallen hij zal stallen wij zullen stallen jullie zullen stallen zij zullen stallen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestald hebben jij zult gestald hebben hij zal gestald hebben wij zullen gestald hebben jullie zullen gestald hebben zij zullen gestald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stallen jij zou stallen hij zou stallen wij zouden stallen jullie zouden stallen zij zouden stallen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestald hebben jij zou gestald hebben hij zou gestald hebben wij zouden gestald hebben jullie zouden gestald hebben zij zouden gestald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stal
|