NL: stalenSynoniemen: harden, verharden, temperen, uitharden
DE: stalen (harden): stählen, härten, verhärten, abhärten, hartmachen
EN: stalen (harden): harden, steel, iron, toughen, become hard
ES: stalen (harden): fortalecer, secarse, endurecer, radicalizar
FR: stalen (harden): tremper, durcir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gestaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik staal jij staalt hij staalt wij stalen jullie stalen zij stalen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gestaald jij hebt gestaald hij heeft gestaald wij hebben gestaald jullie hebben gestaald zij hebben gestaald
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik staalde jij staalde hij staalde wij staalden jullie staalden zij staalden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gestaald jij had gestaald hij had gestaald wij hadden gestaald jullie hadden gestaald zij hadden gestaald
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal stalen jij zult stalen hij zal stalen wij zullen stalen jullie zullen stalen zij zullen stalen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gestaald hebben jij zult gestaald hebben hij zal gestaald hebben wij zullen gestaald hebben jullie zullen gestaald hebben zij zullen gestaald hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou stalen jij zou stalen hij zou stalen wij zouden stalen jullie zouden stalen zij zouden stalen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gestaald hebben jij zou gestaald hebben hij zou gestaald hebben wij zouden gestaald hebben jullie zouden gestaald hebben zij zouden gestaald hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
staal
|