NL: spuienSynoniemen: uiten, uitspuwen, lozen, uitwateren
DE: spuien (uiten): äußern
EN: spuien (uiten): spout, express, unload
ES: spuien (uiten): expresar, dar voz a
FR: spuien (uiten): exprimer, manifester
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespuid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spui jij spuit hij spuit wij spuien jullie spuien zij spuien
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespuid jij hebt gespuid hij heeft gespuid wij hebben gespuid jullie hebben gespuid zij hebben gespuid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spuide jij spuide hij spuide wij spuiden jullie spuiden zij spuiden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespuid jij had gespuid hij had gespuid wij hadden gespuid jullie hadden gespuid zij hadden gespuid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal spuien jij zult spuien hij zal spuien wij zullen spuien jullie zullen spuien zij zullen spuien
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespuid hebben jij zult gespuid hebben hij zal gespuid hebben wij zullen gespuid hebben jullie zullen gespuid hebben zij zullen gespuid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou spuien jij zou spuien hij zou spuien wij zouden spuien jullie zouden spuien zij zouden spuien
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespuid hebben jij zou gespuid hebben hij zou gespuid hebben wij zouden gespuid hebben jullie zouden gespuid hebben zij zouden gespuid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spui
|