NL: spoelenSynoniemen: meevoeren, omspoelen, wegspoelen, gorgelen, afspoelen, doortrekken, doorspoelen
DE: spuelen
EN: rinse, swill
ES: arrollar
FR: rincer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespoeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spoel jij spoelt hij spoelt wij spoelen jullie spoelen zij spoelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespoeld jij hebt gespoeld hij heeft gespoeld wij hebben gespoeld jullie hebben gespoeld zij hebben gespoeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spoelde jij spoelde hij spoelde wij spoelden jullie spoelden zij spoelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespoeld jij had gespoeld hij had gespoeld wij hadden gespoeld jullie hadden gespoeld zij hadden gespoeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal spoelen jij zult spoelen hij zal spoelen wij zullen spoelen jullie zullen spoelen zij zullen spoelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespoeld hebben jij zult gespoeld hebben hij zal gespoeld hebben wij zullen gespoeld hebben jullie zullen gespoeld hebben zij zullen gespoeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou spoelen jij zou spoelen hij zou spoelen wij zouden spoelen jullie zouden spoelen zij zouden spoelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespoeld hebben jij zou gespoeld hebben hij zou gespoeld hebben wij zouden gespoeld hebben jullie zouden gespoeld hebben zij zouden gespoeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spoel
|