Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

spijkeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: spijkeren
Synoniemen: hameren, klinken, timmeren, vastslaan, vastspijkeren, vastnagelen

DE: hämmern, nageln, tischlern, einhämmern, schlagen, annageln, festnageln, Nägel einschlagen
EN: spike, hammer, nail down, nail, drive in nails
ES: clavar
FR: clouer, river, riveter

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gespijkerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik spijker
jij spijkert
hij spijkert
wij spijkeren
jullie spijkeren
zij spijkeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gespijkerd
jij hebt gespijkerd
hij heeft gespijkerd
wij hebben gespijkerd
jullie hebben gespijkerd
zij hebben gespijkerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik spijkerde
jij spijkerde
hij spijkerde
wij spijkerden
jullie spijkerden
zij spijkerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gespijkerd
jij had gespijkerd
hij had gespijkerd
wij hadden gespijkerd
jullie hadden gespijkerd
zij hadden gespijkerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal spijkeren
jij zult spijkeren
hij zal spijkeren
wij zullen spijkeren
jullie zullen spijkeren
zij zullen spijkeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gespijkerd hebben
jij zult gespijkerd hebben
hij zal gespijkerd hebben
wij zullen gespijkerd hebben
jullie zullen gespijkerd hebben
zij zullen gespijkerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou spijkeren
jij zou spijkeren
hij zou spijkeren
wij zouden spijkeren
jullie zouden spijkeren
zij zouden spijkeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gespijkerd hebben
jij zou gespijkerd hebben
hij zou gespijkerd hebben
wij zouden gespijkerd hebben
jullie zouden gespijkerd hebben
zij zouden gespijkerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
spijker

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/spijkeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English