EN: to spellSynoniemen: bout, flood, outbreak
NL: spellen, de letters van een woord opnoemen
FR: épeler
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
spelling
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I spell you spell he spells we spell you spell they spell
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have spelt; spelled you have spelt; spelled he has spelt; spelled we have spelt; spelled you have spelt; spelled they have spelt; spelled
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I spelt; spelled you spelt; spelled he spelt; spelled we spelt; spelled you spelt; spelled they spelt; spelled
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had spelt; spelled you had spelt; spelled he had spelt; spelled we had spelt; spelled you had spelt; spelled they had spelt; spelled
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will spell you will spell he will spell we will spell you will spell they will spell
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have spelt; spelled you will have spelt; spelled he will have spelt; spelled we will have spelt; spelled you will have spelt; spelled they will have spelt; spelled
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would spell you would spell he would spell we would spell you would spell they would spell
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have spelt; spelled you would have spelt; spelled he would have spelt; spelled we would have spelt; spelled you would have spelt; spelled they would have spelt; spelled
|