NL: speldenSynoniemen: pinnen
DE: anstecken, festheften, mit einer Stecknadel befestigen, feststecken
EN: pin
ES: fijar, taladrar, enclavijar, clavar con alfileres, alfilerar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik speld jij speldt hij speldt wij spelden jullie spelden zij spelden
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespeld jij hebt gespeld hij heeft gespeld wij hebben gespeld jullie hebben gespeld zij hebben gespeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik speldde jij speldde hij speldde wij speldden jullie speldden zij speldden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespeld jij had gespeld hij had gespeld wij hadden gespeld jullie hadden gespeld zij hadden gespeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal spelden jij zult spelden hij zal spelden wij zullen spelden jullie zullen spelden zij zullen spelden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespeld hebben jij zult gespeld hebben hij zal gespeld hebben wij zullen gespeld hebben jullie zullen gespeld hebben zij zullen gespeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou spelden jij zou spelden hij zou spelden wij zouden spelden jullie zouden spelden zij zouden spelden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespeld hebben jij zou gespeld hebben hij zou gespeld hebben wij zouden gespeld hebben jullie zouden gespeld hebben zij zouden gespeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
speld
|