NL: speculerenSynoniemen: bouwen, gissen
EN: speculeren (met aandelen spelen): speculate, conjecture, bet with shares
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespeculeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik speculeer jij speculeert hij speculeert wij speculeren jullie speculeren zij speculeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespeculeerd jij hebt gespeculeerd hij heeft gespeculeerd wij hebben gespeculeerd jullie hebben gespeculeerd zij hebben gespeculeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik speculeerde jij speculeerde hij speculeerde wij speculeerden jullie speculeerden zij speculeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespeculeerd jij had gespeculeerd hij had gespeculeerd wij hadden gespeculeerd jullie hadden gespeculeerd zij hadden gespeculeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal speculeren jij zult speculeren hij zal speculeren wij zullen speculeren jullie zullen speculeren zij zullen speculeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespeculeerd hebben jij zult gespeculeerd hebben hij zal gespeculeerd hebben wij zullen gespeculeerd hebben jullie zullen gespeculeerd hebben zij zullen gespeculeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou speculeren jij zou speculeren hij zou speculeren wij zouden speculeren jullie zouden speculeren zij zouden speculeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespeculeerd hebben jij zou gespeculeerd hebben hij zou gespeculeerd hebben wij zouden gespeculeerd hebben jullie zouden gespeculeerd hebben zij zouden gespeculeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
speculeer
|