NL: specificerenSynoniemen: detailleren, specifieren
DE: spezifizieren
EN: specify, detail
ES: especificar, precisar, detallar
FR: spécifier, détailler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespecificeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik specificeer jij specificeert hij specificeert wij specificeren jullie specificeren zij specificeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespecificeerd jij hebt gespecificeerd hij heeft gespecificeerd wij hebben gespecificeerd jullie hebben gespecificeerd zij hebben gespecificeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik specificeerde jij specificeerde hij specificeerde wij specificeerden jullie specificeerden zij specificeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespecificeerd jij had gespecificeerd hij had gespecificeerd wij hadden gespecificeerd jullie hadden gespecificeerd zij hadden gespecificeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal specificeren jij zult specificeren hij zal specificeren wij zullen specificeren jullie zullen specificeren zij zullen specificeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespecificeerd hebben jij zult gespecificeerd hebben hij zal gespecificeerd hebben wij zullen gespecificeerd hebben jullie zullen gespecificeerd hebben zij zullen gespecificeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou specificeren jij zou specificeren hij zou specificeren wij zouden specificeren jullie zouden specificeren zij zouden specificeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespecificeerd hebben jij zou gespecificeerd hebben hij zou gespecificeerd hebben wij zouden gespecificeerd hebben jullie zouden gespecificeerd hebben zij zouden gespecificeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
specificeer
|