NL: spearfishen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespearfisht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spearfish jij spearfisht hij spearfisht wij spearfishen jullie spearfishen zij spearfishen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespearfisht jij hebt gespearfisht hij heeft gespearfisht wij hebben gespearfisht jullie hebben gespearfisht zij hebben gespearfisht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spearfishte jij spearfishte hij spearfishte wij spearfishten jullie spearfishten zij spearfishten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespearfisht jij had gespearfisht hij had gespearfisht wij hadden gespearfisht jullie hadden gespearfisht zij hadden gespearfisht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal spearfishen jij zult spearfishen hij zal spearfishen wij zullen spearfishen jullie zullen spearfishen zij zullen spearfishen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespearfisht hebben jij zult gespearfisht hebben hij zal gespearfisht hebben wij zullen gespearfisht hebben jullie zullen gespearfisht hebben zij zullen gespearfisht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou spearfishen jij zou spearfishen hij zou spearfishen wij zouden spearfishen jullie zouden spearfishen zij zouden spearfishen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespearfisht hebben jij zou gespearfisht hebben hij zou gespearfisht hebben wij zouden gespearfisht hebben jullie zouden gespearfisht hebben zij zouden gespearfisht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spearfish
|