EN: to speakSynoniemen: answer, articulate, cry, declare, exclaim, pronounce, reply, shout, state, utter, verbalize
NL: speak (have a conversation): spreken, praten, een conversatie hebben, communiceren, in contact staan
ES: speak (have a conversation): hablar, charlar
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
speaking
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I speak you speak he speaks we speak you speak they speak
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have spoken you have spoken he has spoken we have spoken you have spoken they have spoken
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I spoke you spoke he spoke we spoke you spoke they spoke
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had spoken you had spoken he had spoken we had spoken you had spoken they had spoken
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will speak you will speak he will speak we will speak you will speak they will speak
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have spoken you will have spoken he will have spoken we will have spoken you will have spoken they will have spoken
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would speak you would speak he would speak we would speak you would speak they would speak
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have spoken you would have spoken he would have spoken we would have spoken you would have spoken they would have spoken
|