NL: spatiërenDE: spationieren
EN: space, interspace
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gespatieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik spatieer jij spatieert hij spatieert wij spatiëren jullie spatiëren zij spatiëren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gespatieerd jij hebt gespatieerd hij heeft gespatieerd wij hebben gespatieerd jullie hebben gespatieerd zij hebben gespatieerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik spatieerde jij spatieerde hij spatieerde wij spatieerden jullie spatieerden zij spatieerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gespatieerd jij had gespatieerd hij had gespatieerd wij hadden gespatieerd jullie hadden gespatieerd zij hadden gespatieerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal spatiëren jij zult spatiëren hij zal spatiëren wij zullen spatiëren jullie zullen spatiëren zij zullen spatiëren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gespatieerd hebben jij zult gespatieerd hebben hij zal gespatieerd hebben wij zullen gespatieerd hebben jullie zullen gespatieerd hebben zij zullen gespatieerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou spatiëren jij zou spatiëren hij zou spatiëren wij zouden spatiëren jullie zouden spatiëren zij zouden spatiëren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gespatieerd hebben jij zou gespatieerd hebben hij zou gespatieerd hebben wij zouden gespatieerd hebben jullie zouden gespatieerd hebben zij zouden gespatieerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
spatieer
|