Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

sparen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





DE: sparen

NL: sparen
Synoniemen: opsparen

DE: ersparen, einsparen, beschneiden, kürzen, einsparen, ersparen, auf die hohe Kante legen, auf die Seite legen, hamstern, horten, zurücklegen, zusammensparen, reservieren, zurückhalten, aufbewahren, auf die hohe Kante legen, auf die Seite legen, bewahren
EN: save up

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gespaard
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik spaar
jij spaart
hij spaart
wij sparen
jullie sparen
zij sparen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gespaard
jij hebt gespaard
hij heeft gespaard
wij hebben gespaard
jullie hebben gespaard
zij hebben gespaard
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik spaarde
jij spaarde
hij spaarde
wij spaarden
jullie spaarden
zij spaarden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gespaard
jij had gespaard
hij had gespaard
wij hadden gespaard
jullie hadden gespaard
zij hadden gespaard
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal sparen
jij zult sparen
hij zal sparen
wij zullen sparen
jullie zullen sparen
zij zullen sparen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gespaard hebben
jij zult gespaard hebben
hij zal gespaard hebben
wij zullen gespaard hebben
jullie zullen gespaard hebben
zij zullen gespaard hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou sparen
jij zou sparen
hij zou sparen
wij zouden sparen
jullie zouden sparen
zij zouden sparen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gespaard hebben
jij zou gespaard hebben
hij zou gespaard hebben
wij zouden gespaard hebben
jullie zouden gespaard hebben
zij zouden gespaard hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
spaar


DE: sparen
Synoniemen: ersparen, einsparen, beschneiden, kürzen, einsparen, ersparen, auf die hohe Kante legen, auf die Seite legen, hamstern, horten, zurücklegen, zusammensparen, reservieren, zurückhalten, aufbewahren, auf die hohe Kante legen, auf die Seite legen, bewahren

NL: opsparen
EN: save up
Partizip Perfekt & Präsens
`Hij is gekomen` = voltooid deelwoord (Partizip II)
`komend` = tegenwoordig deelwoord (Partizip I)
gespart
sparend
Indikativ Präsens
der Indikativ = aantonende wijs
ich spare
du sparst
er spart
wir sparen
ihr spart
sie; Sie sparen
Indikativ Perfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich habe gespart
du hast gespart
er hat gespart
wir haben gespart
ihr habt gespart
sie; Sie haben gespart
Indikativ Präteritum
der Indikativ = aantonende wijs
ich sparte
du spartest
er sparte
wir sparten
ihr spartet
sie; Sie sparten
Indikativ Plusquamperfekt
der Indikativ = aantonende wijs
ich hatte gespart
du hattest gespart
er hatte gespart
wir hatten gespart
ihr hattet gespart
sie; Sie hatten gespart
Indikativ Futur I
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde sparen
du wirst sparen
er wird sparen
wir werden sparen
ihr werdet sparen
sie; Sie werden sparen
Indikativ Futur II
der Indikativ = aantonende wijs
ich werde gespart haben
du wirst gespart haben
er wird gespart haben
wir werden gespart haben
ihr werdet gespart haben
sie; Sie werden gespart haben
Konjunktiv I Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich spare
du sparest
er spare
wir sparen
ihr sparet
sie; Sie sparen
Konjunktiv I Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich habe gespart
du habest gespart
er habe gespart
wir haben gespart
ihr habet gespart
sie; Sie haben gespart
Konjunktiv II Präsens
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich sparte
du spartest
er sparte
wir sparten
ihr spartet
sie; Sie sparten
Konjunktiv II Perfekt
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich hätte gespart
du hättest gespart
er hätte gespart
wir hätten gespart
ihr hättet gespart
sie; Sie hätten gespart
Konjunktiv II Futur I
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde sparen
du würdest sparen
er würde sparen
wir würden sparen
ihr würdet sparen
sie; Sie würden sparen
Konjunktiv II Futur II
der Konjunktiv = aanvoegende wijs
ich würde gespart haben
du würdest gespart haben
er würde gespart haben
wir würden gespart haben
ihr würdet gespart haben
sie; Sie würden gespart haben
der Imperativ
der Imperativ = gebiedende wijs
du spare

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/sparen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English