NL: soundchecken U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesoundcheckt
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik soundcheck jij soundcheckt hij soundcheckt wij soundchecken jullie soundchecken zij soundchecken
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesoundcheckt jij hebt gesoundcheckt hij heeft gesoundcheckt wij hebben gesoundcheckt jullie hebben gesoundcheckt zij hebben gesoundcheckt
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik soundcheckte jij soundcheckte hij soundcheckte wij soundcheckten jullie soundcheckten zij soundcheckten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesoundcheckt jij had gesoundcheckt hij had gesoundcheckt wij hadden gesoundcheckt jullie hadden gesoundcheckt zij hadden gesoundcheckt
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal soundchecken jij zult soundchecken hij zal soundchecken wij zullen soundchecken jullie zullen soundchecken zij zullen soundchecken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesoundcheckt hebben jij zult gesoundcheckt hebben hij zal gesoundcheckt hebben wij zullen gesoundcheckt hebben jullie zullen gesoundcheckt hebben zij zullen gesoundcheckt hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou soundchecken jij zou soundchecken hij zou soundchecken wij zouden soundchecken jullie zouden soundchecken zij zouden soundchecken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesoundcheckt hebben jij zou gesoundcheckt hebben hij zou gesoundcheckt hebben wij zouden gesoundcheckt hebben jullie zouden gesoundcheckt hebben zij zouden gesoundcheckt hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
soundcheck
|