NL: sommerenSynoniemen: aanmanen, ontbieden, manen, oproepen
DE: sommeren (aanmanen): mahnen, auffordern, fordern, ermahnen, anmahnen
EN: sommeren (aanmanen): summon, dun, exhort, call upon
ES: sommeren (aanmanen): intimar, citar a juicio, aconsejar, amanecer, requerir, exhortar
FR: sommeren (aanmanen): sommer, intimer, sommer de, exhorter à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesommeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sommeer jij sommeert hij sommeert wij sommeren jullie sommeren zij sommeren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesommeerd jij hebt gesommeerd hij heeft gesommeerd wij hebben gesommeerd jullie hebben gesommeerd zij hebben gesommeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sommeerde jij sommeerde hij sommeerde wij sommeerden jullie sommeerden zij sommeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesommeerd jij had gesommeerd hij had gesommeerd wij hadden gesommeerd jullie hadden gesommeerd zij hadden gesommeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal sommeren jij zult sommeren hij zal sommeren wij zullen sommeren jullie zullen sommeren zij zullen sommeren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesommeerd hebben jij zult gesommeerd hebben hij zal gesommeerd hebben wij zullen gesommeerd hebben jullie zullen gesommeerd hebben zij zullen gesommeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou sommeren jij zou sommeren hij zou sommeren wij zouden sommeren jullie zouden sommeren zij zouden sommeren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesommeerd hebben jij zou gesommeerd hebben hij zou gesommeerd hebben wij zouden gesommeerd hebben jullie zouden gesommeerd hebben zij zouden gesommeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sommeer
|