NL: solliciterenDE: bewerben, sich bewerben
EN: apply
ES: solicitar
FR: solliciter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesolliciteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik solliciteer jij solliciteert hij solliciteert wij solliciteren jullie solliciteren zij solliciteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesolliciteerd jij hebt gesolliciteerd hij heeft gesolliciteerd wij hebben gesolliciteerd jullie hebben gesolliciteerd zij hebben gesolliciteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik solliciteerde jij solliciteerde hij solliciteerde wij solliciteerden jullie solliciteerden zij solliciteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesolliciteerd jij had gesolliciteerd hij had gesolliciteerd wij hadden gesolliciteerd jullie hadden gesolliciteerd zij hadden gesolliciteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal solliciteren jij zult solliciteren hij zal solliciteren wij zullen solliciteren jullie zullen solliciteren zij zullen solliciteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesolliciteerd hebben jij zult gesolliciteerd hebben hij zal gesolliciteerd hebben wij zullen gesolliciteerd hebben jullie zullen gesolliciteerd hebben zij zullen gesolliciteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou solliciteren jij zou solliciteren hij zou solliciteren wij zouden solliciteren jullie zouden solliciteren zij zouden solliciteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesolliciteerd hebben jij zou gesolliciteerd hebben hij zou gesolliciteerd hebben wij zouden gesolliciteerd hebben jullie zouden gesolliciteerd hebben zij zouden gesolliciteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
solliciteer
|