NL: solderenSynoniemen: hardsolderen, smeden
DE: löten, verlöten
EN: solder, braze
ES: soldar con soldadura dura, soldar
FR: souder au cuivre, souder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesoldeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik soldeer jij soldeert hij soldeert wij solderen jullie solderen zij solderen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesoldeerd jij hebt gesoldeerd hij heeft gesoldeerd wij hebben gesoldeerd jullie hebben gesoldeerd zij hebben gesoldeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik soldeerde jij soldeerde hij soldeerde wij soldeerden jullie soldeerden zij soldeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesoldeerd jij had gesoldeerd hij had gesoldeerd wij hadden gesoldeerd jullie hadden gesoldeerd zij hadden gesoldeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal solderen jij zult solderen hij zal solderen wij zullen solderen jullie zullen solderen zij zullen solderen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesoldeerd hebben jij zult gesoldeerd hebben hij zal gesoldeerd hebben wij zullen gesoldeerd hebben jullie zullen gesoldeerd hebben zij zullen gesoldeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou solderen jij zou solderen hij zou solderen wij zouden solderen jullie zouden solderen zij zouden solderen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesoldeerd hebben jij zou gesoldeerd hebben hij zou gesoldeerd hebben wij zouden gesoldeerd hebben jullie zouden gesoldeerd hebben zij zouden gesoldeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
soldeer
|