Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

snuffelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: snuffelen
Synoniemen: graaien, neuzen, rechercheren, rondwroeten, ruiken, speuren, grabbelen, snuiven

DE: herumschnüffeln, spionieren
EN: nose, ferret, browse, smell, pry

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesnuffeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik snuffel
jij snuffelt
hij snuffelt
wij snuffelen
jullie snuffelen
zij snuffelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesnuffeld
jij hebt gesnuffeld
hij heeft gesnuffeld
wij hebben gesnuffeld
jullie hebben gesnuffeld
zij hebben gesnuffeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik snuffelde
jij snuffelde
hij snuffelde
wij snuffelden
jullie snuffelden
zij snuffelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesnuffeld
jij had gesnuffeld
hij had gesnuffeld
wij hadden gesnuffeld
jullie hadden gesnuffeld
zij hadden gesnuffeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal snuffelen
jij zult snuffelen
hij zal snuffelen
wij zullen snuffelen
jullie zullen snuffelen
zij zullen snuffelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesnuffeld hebben
jij zult gesnuffeld hebben
hij zal gesnuffeld hebben
wij zullen gesnuffeld hebben
jullie zullen gesnuffeld hebben
zij zullen gesnuffeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou snuffelen
jij zou snuffelen
hij zou snuffelen
wij zouden snuffelen
jullie zouden snuffelen
zij zouden snuffelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesnuffeld hebben
jij zou gesnuffeld hebben
hij zou gesnuffeld hebben
wij zouden gesnuffeld hebben
jullie zouden gesnuffeld hebben
zij zouden gesnuffeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
snuffel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/snuffelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English