Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

sneren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: sneren
Synoniemen: snieren, grijnzen

EN: sneren (vals grijnzen): sneer, grin, smirk

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesneerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik sneer
jij sneert
hij sneert
wij sneren
jullie sneren
zij sneren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesneerd
jij hebt gesneerd
hij heeft gesneerd
wij hebben gesneerd
jullie hebben gesneerd
zij hebben gesneerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik sneerde
jij sneerde
hij sneerde
wij sneerden
jullie sneerden
zij sneerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesneerd
jij had gesneerd
hij had gesneerd
wij hadden gesneerd
jullie hadden gesneerd
zij hadden gesneerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal sneren
jij zult sneren
hij zal sneren
wij zullen sneren
jullie zullen sneren
zij zullen sneren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesneerd hebben
jij zult gesneerd hebben
hij zal gesneerd hebben
wij zullen gesneerd hebben
jullie zullen gesneerd hebben
zij zullen gesneerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou sneren
jij zou sneren
hij zou sneren
wij zouden sneren
jullie zouden sneren
zij zouden sneren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesneerd hebben
jij zou gesneerd hebben
hij zou gesneerd hebben
wij zouden gesneerd hebben
jullie zouden gesneerd hebben
zij zouden gesneerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
sneer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/sneren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English