Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

smoren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: smoren
Synoniemen: braiseren, doodlopen, doven, onderdrukken, stikken, uitdoven, uitblussen, sudderen, stoffen, pruttelen

DE: smoren (doven): erlöschen, löschen, ausmachen, ausschalten, ersticken, schmoren, auslöschen, ablöschen
EN: smoren (doven): extinguish, put out
ES: smoren (doven): extinguir, apagar, ahogar, apagarse, extinguirse

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesmoord
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik smoor
jij smoort
hij smoort
wij smoren
jullie smoren
zij smoren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesmoord
jij hebt gesmoord
hij heeft gesmoord
wij hebben gesmoord
jullie hebben gesmoord
zij hebben gesmoord
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik smoorde
jij smoorde
hij smoorde
wij smoorden
jullie smoorden
zij smoorden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesmoord
jij had gesmoord
hij had gesmoord
wij hadden gesmoord
jullie hadden gesmoord
zij hadden gesmoord
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal smoren
jij zult smoren
hij zal smoren
wij zullen smoren
jullie zullen smoren
zij zullen smoren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesmoord hebben
jij zult gesmoord hebben
hij zal gesmoord hebben
wij zullen gesmoord hebben
jullie zullen gesmoord hebben
zij zullen gesmoord hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou smoren
jij zou smoren
hij zou smoren
wij zouden smoren
jullie zouden smoren
zij zouden smoren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesmoord hebben
jij zou gesmoord hebben
hij zou gesmoord hebben
wij zouden gesmoord hebben
jullie zouden gesmoord hebben
zij zouden gesmoord hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
smoor

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/smoren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English