NL: smiespelenSynoniemen: fluisteren, smoezen, bedriegen
EN: whisper, exchange confidences
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
gesmiespeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik smiespel jij smiespelt hij smiespelt wij smiespelen jullie smiespelen zij smiespelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb gesmiespeld jij hebt gesmiespeld hij heeft gesmiespeld wij hebben gesmiespeld jullie hebben gesmiespeld zij hebben gesmiespeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik smiespelde jij smiespelde hij smiespelde wij smiespelden jullie smiespelden zij smiespelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had gesmiespeld jij had gesmiespeld hij had gesmiespeld wij hadden gesmiespeld jullie hadden gesmiespeld zij hadden gesmiespeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal smiespelen jij zult smiespelen hij zal smiespelen wij zullen smiespelen jullie zullen smiespelen zij zullen smiespelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal gesmiespeld hebben jij zult gesmiespeld hebben hij zal gesmiespeld hebben wij zullen gesmiespeld hebben jullie zullen gesmiespeld hebben zij zullen gesmiespeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou smiespelen jij zou smiespelen hij zou smiespelen wij zouden smiespelen jullie zouden smiespelen zij zouden smiespelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou gesmiespeld hebben jij zou gesmiespeld hebben hij zou gesmiespeld hebben wij zouden gesmiespeld hebben jullie zouden gesmiespeld hebben zij zouden gesmiespeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
smiespel
|