Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

smeren vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: smeren
Synoniemen: beboteren, besmeren, invetten, verdwijnen, vertrekken, oliën, inoliën, wegtrekken, wegreizen, weggaan, verwijderen, opstappen, afreizen

DE: smeren (invetten): schmieren, einschmieren, fetten, ölen, einfetten, abschmieren
EN: smeren (invetten): lubricate, grease, smear, rub in, oil
ES: smeren (invetten): aceitar, lubricar, engrasar, lubrificar, encebar
FR: smeren (invetten): graisser, huiler, lubrifier

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
gesmeerd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik smeer
jij smeert
hij smeert
wij smeren
jullie smeren
zij smeren
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb gesmeerd
jij hebt gesmeerd
hij heeft gesmeerd
wij hebben gesmeerd
jullie hebben gesmeerd
zij hebben gesmeerd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik smeerde
jij smeerde
hij smeerde
wij smeerden
jullie smeerden
zij smeerden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had gesmeerd
jij had gesmeerd
hij had gesmeerd
wij hadden gesmeerd
jullie hadden gesmeerd
zij hadden gesmeerd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal smeren
jij zult smeren
hij zal smeren
wij zullen smeren
jullie zullen smeren
zij zullen smeren
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal gesmeerd hebben
jij zult gesmeerd hebben
hij zal gesmeerd hebben
wij zullen gesmeerd hebben
jullie zullen gesmeerd hebben
zij zullen gesmeerd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou smeren
jij zou smeren
hij zou smeren
wij zouden smeren
jullie zouden smeren
zij zouden smeren
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou gesmeerd hebben
jij zou gesmeerd hebben
hij zou gesmeerd hebben
wij zouden gesmeerd hebben
jullie zouden gesmeerd hebben
zij zouden gesmeerd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
smeer

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/smeren

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English